Toxic

Gepubliceerd op 29 maart 2021 om 22:03

Donker. Het was donker in mijn diepste dal. Soms kan je niet anders dan zo diep vallen, dat je eindelijk weer licht ziet aan het eind van de tunnel.

Ik weet niet meer waar ik sta of hoe het allemaal zit. Het is verwarrend, rouwen om iemand die er nog is. Al zo vaak dacht ik dat ik over hem heen was. Dat ik eindelijk klaar was om het allemaal een plaats te geven. Verder te gaan. Ik kan het niet. Nog niet. Mijn emoties gaan op en neer.

Ik blijf alles maar overdenken. Wat als… wat als ik hem de ruimte had gegeven. Wat als hij me duidelijkheid gaf. Wat als de rollen omgedraaid waren. Wat als zij er niet was geweest. Wat als we konden praten. Wat als we elkaar probeerden te begrijpen. Wat als die stilte er niet zo hard inhakte. Wat als er alleen nog nu is en nu is alles kapot.  

De liefde is al lang over, maar het gemis aan de vriendschap die we hadden is zo groot. Ik moet loslaten. Toch blijf ik soms impulsief berichten sturen. Hopend dat ik dat ene juiste ding zeg, waardoor we terug een stap dichter naar elkaar toe kunnen zetten. Het gebeurd niet. Het zal waarschijnlijk nooit gebeuren. De woede in hem is groot. Ik weet niet vanwaar die harde emoties komen.

Twijfels. Denkt hij ooit nog op een positieve manier aan mij? Mist hij die leuke momenten samen ook? We waren goed in ruzie maken, maar nog beter in het creëren van gekke en plezante situaties. We leefden vaak naast elkaar, maar de momenten samen waren er van intens geluk.

Passie. Vuur. Intens geluk. Intens verdriet. Intense angst. Intense woede. Waarschijnlijk ben ik te intens.

Mijn muren zijn hoog. Al jaren rondom me heen gebouwd. Hij was de eerste die de tijd nam om de muren af te breken. Hij kent mij door en door. Mijn sterktes, mijn zwaktes. Al mijn gebreken. Ik vertrouwde hem. Ik liet hem toe. Hij zei dat hij er altijd voor mij zou zijn. Als het niet zou lukken samen, zouden we vrienden voor het leven zijn. Hij voelde het ook. We waren een match. Geen relatie match. We waren soulmates. We waren complementair. Verschillend en toch ook gelijk. We waren samen zo sterk.

We zijn onszelf verloren in een strijd die geen van ons kan winnen. We zijn elkaar verloren. Het lijkt alsof het hem niets doet, maar ik kan het niet geloven. De dingen die hij zei toen we uit elkaar gingen. Ik ben ze niet vergeten. Ik zal ze nooit vergeten. Hij wou mij niet kwijt. Ik heb het verpest. Hij heeft het verpest. Vanbinnen zijn we nog dezelfde. Toch?

We hebben het verkeerd aangepakt. Het is niet zijn of mijn schuld. We hebben beiden gefaald. Hij wist hoe hard ik duidelijkheid nodig had. Ik wist hoe graag hij rust wou. Tijd. Dat hadden we nodig. Duidelijkheid over tijd. Een tijd rust.

Hij kent mijn zwakke plekken. Hij wist heel goed hoe hij mij kon breken. Toch wil ik niet geloven dat hij slecht is. De mensen, ze bedoelen het goed. Ik wil het niet meer horen. Ja, we verdienen beter. Neen, we waren niet goed voor elkaar. Wat is er mis met vergeven? Wat is er mis met nieuwe kansen? Uit fouten leren en het opnieuw proberen? Stapje per stapje. Een teken van hoop. Een woordje uitleg. Een beetje rust. Een beetje ademruimte.

Vriendschap. Waarschijnlijk is het al te laat. Brokken kunnen we lijmen. Hetzelfde zal nooit meer zijn.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.